Artikelen

Discussie Culturele Hart 28-12-2012  |  Discussie Herbestemming 21-03-2012  |  Discussie Zelfverzonnen  |  Architectuurkritiek  |  19e eeuwse architectuur in Assen  |  Scholenarchitectuur 18 juni 2010  |  Masterstudie FlorijnAs  |  HSL  |  Cercle Meudon moet  |  CC  |  Gym&media (1 april 2005)   |  Verslag 19 mei 2005

Discussie 'Het Culturele Hart' top



Voorafgaand aan de discussie (op 28 december 2012) werd een videofilm vertoond waarin Hans Venhuizen zijn visie gaf op de ontwikkelingen in de binnenstad onder de titel "De toekomst van Assen is made in China".
Belangrijke aandachtspunt in zijn boodschap is onder meer de niet geheel consequente hantering van De Asser School als bouwconcept, dit naar aanleiding van de recente grootschalige nieuwbouw van De Nieuwe Kolk en het Triadecomplex. Citaat: "...lijkt het of de passie voor de stad wordt verward en overtroffen door de passie voor de ambities van de stad".
Een ander punt waar hij de aandacht op vestigde was zijn conclusie dat "bij alle stedelijke vernieuwingsoperaties zowel de voor- als tegenstanders schermen met argumenten gebaseerd op de eigen identiteit". Waar voorheen identiteit ontstond uit een min of meer vanzelfsprekend groeiproces, wordt er in Assen tamelijk opportunistisch een identiteit ontworpen, waarbij vooral de eigenschap 'hoofdstad van Drenthe' willekeurige ingrepen in de stad lijkt te rechtvaardigen. Naar aanleiding van uitbundige manifestaties in de stad zoals tijdens tentoonstellingen over Chinese kunst in het Drents museum, stelt Venhuizen voor om bij iedere bijzondere ontwikkeling in de binnenstad ons te oriŽnteren op Chinese voorbeelden van soortgelijke situaties, mede vanwege de groeiende culturele invloed van China.
Zijn boodschap eindigt met een verwijzing naar warenhuis Vanderveen als toekomstmodel, alles onder ťťn dak, en de suggestie om het Architectuurpodium Assen een plek te geven in cafť Marktzicht: "kan dit de nieuwe trekker in dit nog zieltogende deel van de binnenstad worden".

Debat Culturele Hart Assen

Debat Culturele Hart Assen














Voorzitter Ralph duLong introduceerde vervolgens de panelleden Hilko Folkeringa, Harmke Vlieg en Peter Verboom en stelde de vraag centraal naar hun visie op het culturele hart als verbindend thema in de binnenstadsvisie van de gemeente assen. Hilko Folkeringa gaf te kennen hier als druk bezig mee te zijn binnen een werkgroep die ook fysiek een route wil hanteren als concentratie van culturele activiteiten die een lijn zouden kunnen vormen tussen Drents Museum en De Nieuwe Kolk. Hoe dat er uit moet komen te zien is nog in overleg. Peter Verboom stelde nadrukkelijk dat hierbij het idee Cultuur moet worden uitgewerkt en pas daarna gekeken naar welke plek of straat. Harmke voegde hier aan toe dat zij in de gemeenteraad de meerwaarde van een cultureel hart, of as zoals dat ooit is geformuleerd, wil ondersteunen met inbegrip van het aandeel van lokale amateurkunst.

De discussie ging ook in op ontwikkelingen als leegstand van winkels, waarbij gepleit werd voor lagere huur om (cultureel) ondernemen te stimuleren. De huidige regeling van het nieuwe winkelen - totaal 45.000 euro - is niet afdoende. De rol van de gemeentelijke overheid zou bovendien beperkt moeten blijven; de burger moet zelf ook initiatieven ontplooien. Dat de gemeente echter wel degelijk zou moeten faciliteren en inspelen op deze initiatieven werd ook duidelijk. Vanuit die stelling werd er gepleit voor structurele aandacht voor de invulling van een cultureel parcours, juist nu ook sprake is van ontwikkeling van een 'Stadsboulevard'.
In zijn slotwoord gaf wethouder Maurice Hoogeveen te kennen zeer direct in gesprek te gaan met festivalcoŲrdinatoren en overige initiatiefnemers, mede naar aanleiding van een vraag uit het publiek naar onder meer de toekomst van kunstenaarsateliers die op de nominatie staan om te verdwijnen. Ralph du Long dankte de panelleden en het aanwezige publiek, mede namens de gastheren het Stedelijk Museum Assen voor Hedendaagse Kunst en het Architectuurpodium Assen CM, die aangaven nog met een lijst te zullen komen met ideeŽn voor de Culturele As, mede naar aanleiding van de tentoonstellingen Beelden bij Gebouwen (2011) en De Culturele Ruimte (2012).

Mede mogelijk gemaakt door Stimuleringsfonds Architectuur, Gemeente Assen en het Prins Bernhard Cultuurfonds Drenthe


Verslag Openbare discussie Herbestemming op 21 maart 2012 top
De Graansilo, café Marktzicht en het Wapen van Drenthe zijn op 21 maart onderwerp van discussie geweest in De Nieuwe Kolk in Assen. Daar werd onder grote belangstelling een forumbijeenkomst gehouden over het thema 'Herbestemming'. De discussie stond onder leiding van Fokko van der Veen van Kwint Architecten uit Assen.

Debat Herbestemming, foto Harry Cock (detail) 21 maart 2012 De inleidende sprekers Paul Meurs, Frank van der Velden en Victor Ackerman plaatsten de toekomstperspectieven van de drie markante panden in een breder kader. Daarbij bleek, dat het er vooral op aankomt om belanghebbende partijen om de tafel te krijgen. Samenwerking tussen eigenaren, overheid, maar ook particuliere initiatieven kunnen ertoe leiden, dat interessante locaties daadwerkelijk onder handen genomen worden. Herbestemming van karakteristieke panden draagt bij aan de identiteit van de stad en hoeft niet duurder te zijn dan nieuwbouw. Voor Assen is het van belang niet te lang te wachten met het herbestemmen.
Nieuwe initiatieven, juist ook van particuliere zijde, moeten zich aandienen en zouden door de overheid meer gefaciliteerd kunnen worden. Ook zou het helpen als bestemmingsplannen flexibel worden toegepast of snel gewijzigd.

Tijdens de discussie met het panel, bestaande uit de inleiders aangevuld met Ellen Schild, Pieter Brink en Erik Appel, werden onder meer de volgende punten en suggesties aangesneden:
- Samenwerking belanghebbende partijen
- Samenbundeling drieslag overheid, eigenaar, nieuw initiatief, op het juiste moment
- Coöperatie en klantgerichtheid
- Broedplaatsen
- Meldpunt nieuwe initiatieven
- Bestemmingsplannen flexibiliseren
- Eenpersoonsappartementen/collectief wonen in het Wapen van Drenthe (i.s.m. zorginstellingen)
- Sloop pand Collardslaan achter het Wapen van Drenthe voor tweede ontsluiting bovenverdieping
- Openstellen havengebied voor tijdelijke creatieve oplossingen, en/of
- Nieuwbouw bij de silo voor stimulans dynamiek, naast evenementen
- Gevraagd: lange termijnvisie overheid (samen met partners) en schaarste creëren door matiging nieuwbouw in off-center locaties als Kloosterveen en Citadel, om herbestemming in de stad te stimuleren.
- Deze drie panden als cases, en welke nog meer?
- Leegstand is risico vandalisme/brandstichting
- Relatie stedenbouw: Wapen is moeilijke hoek, markttechnisch niet interessant
- Relatie stedenbouw: herbestemming is identiteit, onderdeel van Binnenstadsvisie
- Relatie stedenbouw: Marktzicht en Silo behouden, karakteristieke panden en deel Florijnas in ontwerpfase.

De forumdiscussie georganiseerd door het Architectuurpodium Assen CM maakte onderdeel uit van het stedenbouwkundig onderzoek toegespitst op deze voor Assen markante panden, met de vraag naar hun unieke omstandigheden, de ruimtelijke kwaliteit van de locaties en hun sociaal-cultureel functioneren. Daarbij staat de vraag centraal naar wat transformatie verhinderd en welke initiatieven er ontwikkeld zijn of ontwikkeld zouden kunnen worden. Dit onderzoek werd mede mogelijk gemaakt door het Stimuleringsfonds voor Architectuur.

Inleidingen/medewerking door Victor Ackerman (DAAD Architecten), Erik Appel (Asser Historische Vereniging), Fokko van der Veen (Kwint Architecten), Prof. dr. ir. Paul Meurs (TU Delft), Ellen Schild (Studio Groen+Schild BV), Pieter Brink (B+O Architecten) en Frank van der Velden (Drents Plateau). De afsluiting wordt verricht door Albert Smit, wethouder vastgoed en monumentenzorg, Gemeente Assen.


Verslag discussie Zelfverzonnen op 26 juni 2011 top
Op de Dag van de Architectuur (26 juni) vond bij het Architectuurpodium Assen CM een discussie plaats over het thema van de Dag van de Architectuur: ‘Zelfverzonnen’ – over bottom-up initiatieven in de architectuur.

Deelnemers aan de discussie waren Arnoud Olie (B+O Architecten, Meppel), Sjef Meijman (beeldend kunstenaar), Victor Ackerman (DAAD Architecten, Beilen), Fokko van der Veen (AEQUO BV Architecten, Assen), Gert Wijlage (kunstenaar/SMAHK). Voorzitter was Ralph du Long.

Discussie Zelfverzonnen - Cercle MeudonNa het thema Transformaties, vorig jaar, is Zelfverzonnen een logisch vervolg. Bij bottom-up initiatieven leek vaker dan bij andere projecten rekening te worden gehouden met de bestaande omgeving. Niet Drents bouwen in Drenthe, maar rekening houden met de lokaliteit (Arnoud Olie). Opdrachtgever en architect beginnen met het verzamelen van ingrediënten, waaronder ook de locatie (Fokko van der Veen). Ook beeldend kunstenaar Sjef Meijman zit met zijn project Varkenshuizen, waar varkens worden gemest met afval uit een straat of buurt en die na een jaar gezamenlijk worden opgepeuzeld, op deze lijn. Victor Ackerman relateerde dit aan ‘de hongerige stad’ en vond zo’n varkenshuizenproject voor een stad interessanter dan voor het landelijk gebied. Juist in de steden weten veel mensen niet meer hoe voedsel geproduceerd wordt, waarop Sjef Meijman reageerde dat deze kennis ook in de dorpen aan het verdwijnen is, hoewel steeds meer mensen wel eigen groenten gaan verbouwen.

Bij opdrachten moet volgens Arnoud Olie de opdrachtgever zelf antwoord kunnen geven op ‘de waaromvraag’, “waarom wil je een nieuw huis, en waarom zó? Vaak blijkt dat mensen daar niet over nagedacht hebben. Ze willen vaak groter, of mooier, maar waarom …?

Eigenlijk waren alle aanwezigen het er wel over eens dat de architect niet zijn commerciële trukendoos moest opentrekken, maar zich dienstbaar aan de opdrachtgever (en de omgeving) moest opstellen.

Bij grote projecten is er überhaupt geen overleg met de gebruiker, alleen met het grootkapitaal van ontwikkelaars en beleggingsmaatschappijen, pensioenfondsen en verzekeraars.

Discussie Zelfverzonnen - Cercle MeudonWat betreft de beperkingen bij bottum-up architectuur door regelgeving stelde Fokko van der Veen dat momenteel de regelgeving lijkt te worden verminderd, maar dat is slechts voor de Bühne. Op een onzichtbaarder front gaat het onverminderd voort. Een absurditeit. Voor het zelf regelen liggen er daardoor gigantische blokkades. Arnoud Olie vond de crisis wat dit betreft een zegen, bij zijn bureau wordt nu elke overwinning ‘gevierd’ waar dat vroeger vanzelfsprekend leek. Ook voor de toekomst ziet hij het positief in, de ambtenaren gebruiken nu nog vertragingstactieken om aan de slag te blijven, maar als de crisis langer duurt werkt dat niet meer en gaan de ambtenaren eruit. Ook over de ‘weerstand’ die dit opleverde was hij positief: weerstand is wrijving en door wrijving ontstaat glans.

Algemeen werd, althans hier, gesteld dat niet de architecten moeten veranderen waar het bottum-up projecten betreft – zij zijn van goede wil – maar vooral de opdrachtgevers die vaak niet buiten de kaders willen, of kunnen denken.

Toegespitst op Assen, en dan in het bijzonder op de Blauwe As (het kanaal en omgeving) werd geconstateerd dat hier wonen en werken, privé- en publiek gebied samenkomen. In het gebied moeten publieke functie worden behouden en of nieuwe gecreëerd. Daarbij stelde Sjef Meijman voor geen megalomane plannen te maken, maar het gebied organisch te laten groeien.

Allen waren het erover eens dat het niet gaat om het ‘plaatje’, dat nieuwbouw niet moet plaatsvinden vanuit een gelikt photoshop-beeld, maar dat de kern van elk goed bouwproject ligt in interactie en overleg.

Een zeer interessante discussie, waarbij moderator Ralph du Long ook de mens achter de architect/kunstenaar naar voren haalde en waarbij men na afloop unaniem te kennen gaf graag een vervolg te willen. Een vervolg dat er zeker zal komen.

Verslag discussie Architectuurkritiek 8 okt. 2010 top
Eén van de bezwaren tegen de huidige architectuurkritiek is dat die zich vaak beperkt tot het aspect schoonheid, tot mooi of lelijk. Zeker in de media komt die beperking tot uiting, waarbij dan het aspect lelijk vaker vertegenwoordigd lijkt te zijn dan mooi. Op zich hoeft dat geen probleem te zijn, goed nieuws heeft in zijn algemeenheid minder nieuwswaarde dan slecht nieuws, maar de kritiek en de discussie wordt daarmee wel oppervlakkig. Terwijl een levendige en gefundeerde discussie zeker van belang is, want veel mensen voelen zich betrokken bij hun stad, bij nieuwbouw, bij de inrichting van nieuwe wijken en de landschappelijke omgeving.

Architerctuurkritiek discussie Cercle Meudon 2010Over het belang en de verschillende aspecten van architectuurkritiek werd op 8 oktober bij het Architectuurpodium Assen, de Cercle Meudon, een discussie gehouden waarbij Indira van ’t Klooster (Architectuur Lokaal) een inleidende en ook inspirerende lezing hield. Daarin stelde zij dat er weliswaar veel over architectuur wordt geschreven, maar dat architecten zelf vrijwel nooit serieuze kritiek, in de vorm van interpretatie, evaluatie of een kritische beschouwing over het eigen werk schrijven. Wie dit vaak wel doen zijn de jury’s die prijzen toekennen of bijvoorbeeld het gebouw van het jaar beoordelen. Ook de architectuurfotografie kan een vorm van kritiek zijn en is binnen de hedendaagse beeldcultuur een belangrijk medium.

Architectuurkritiek is bij voorkeur subjectief volgens Van ’t Klooster, omdat neutraal nu eenmaal onmogelijk is en subjectiviteit tevens de discussie aanscherpt. Ook blijft architectuurkritiek veelal beperkt tot een incrowd, een klein clubje belanghebbenden. Toch is het van belang zo’n discussie te verbreden omdat die mede van invloed kan zijn op nog te bouwen objecten of stedelijke inrichting.

In de kritiek kunnen we drie vormen onderscheiden: esthetisch (mooi of lelijk), functioneel (gebruikers) en maatschappelijk (wijk- en stedelijk belang).

Na de inleidende lezing volgde een discussie met aanwezigen onder leiding van Gert Wijlage (Cercle Meudon), die voorafgaand een aantal Asser voorbeelden liet zien van gebouwen waarover zeker gediscussieerd kon worden. Ook kwam naar voren dat de kritiek wordt onderverdeeld naar kritiek door vakgenoten, die voornamelijk de technische aspecten van de bouw bespreken (materialen, duurzaamheid) en publiek, dat vooral vooraf zou moeten worden ingeschakeld bij het gebruikersaspect. Daarbij dient er wèl onderscheid te zijn tussen deskundigen en publiek, waarbij er nadrukkelijk op werd gewezen dat ‘onderscheid’ niet gelijk staat met ‘scheiden’. Het zal ook niet altijd leiden tot consensus. Dat is ook niet nodig, niet iedereen kan tevreden worden gesteld en het belangrijkste is een continu leerproces. Kritiek is nooit zinloos.

Algemeen was de conclusie dat architectuurkritiek en een brede discussie in een vroeg stadium wel degelijk van invloed kunnen zijn op het proces.

Voor de deelnemers, waaronder een aantal deskundigen, was het een interessante, levendige en leerzame discussie en was het, bij monde van stadsarchitect Wybe Nauta, goed te vernemen dat de gemeente Assen het belang van architectuurdiscussies en goed overleg met de gebruikers zeker onderkent. Al zal ook in Assen nooit iedereen tevreden kunnen worden gesteld.

Adrie Krijgsman

19e eeuwse architectuur in Assen top
Tijdens Open Monumentendag, 12 september, gaf Tjalling Visser bij de Cercle Meudon, Architectuurpodium Assen, een lezing over Stedenbouw en Architectuur in Assen van 1800-1900, aansluitend bij het thema van Monumentendag 'De smaak van de 19e eeuw'.

Visser, stedenbouwkundige en oud-docent Urban Design en Geschiedenis van Stedenbouw en Landschap aan de Academie van Bouwkunst in Groningen, begon zijn lezing vanuit een historisch perspectief met de snel voortschrijdende verstedelijking als gevolg van de industriële revolutie. Fabrieken trokken veel arbeiders van het platteland naar de steden, ook omdat door landbouwmechanisering de werkgelegenheid op het platteland afnam. Dit had uiteraard gevolgen voor de architectuur in de steden. Industriële productie van ijzer, staal en glas boden nieuwe mogelijkheden. Met vooral staal konden gebouwen veel groter worden gemaakt (hoogbouw) en waren grotere overspanningen mogelijk (stationshallen, bruggen). Het vervolg van de lezing spitste zich toe op Assen, dat zich in de 19e eeuw ontwikkelde van een dorp met 650 inwoners tot een stad met 13.000 inwoners aan het eind van de 19e eeuw. De bouwontwikkeling vond voornamelijk plaats door verdichting binnen de bestaande structuur. Pas in de 20e eeuw komen de echte uitbreidingen. Voor de ontwikkeling waren met name enkele hoofdcomponenten van belang, zogenaamde ruimtelijke dragers: Brink, Vaart en de as Torenlaan, Nassaulaan, Hoofdlaan. Daarnaast zijn voor het ‘groene karakter’ van belang het Asserbos en de landgoederen: Dennenoord/Port Natal, Overcingel en Valkenstijn, plus Gouverneurstuin en Hertenkamp. In de periode 1810-1900 wordt Assen voorzien van stedelijke voorzieningen als een Paleis van Justitie, gymnasium, synagoge, gasfabriek, station en kazernes. Vrijwel alle gebouwd vanuit het z.g. eclecticisme, teruggrijpend op gotiek, renaissance, classicisme.

Tjalling Visser gaf in de lezing duidelijk en helder de ontwikkeling van Assen in de 19e eeuw aan met een groot aantal foto’s van de voor deze periode karakteristieke architectuur. Zijn historische uitgangspunt over stedelijke ontwikkeling en bijkomstige problemen (enorme behoefte aan huisvesting en transport, en ook onderwijs, hygiëne) was zeer verhelderend en voor veel bezoekers ook een opfriscursus wat betreft geschiedenis, stedenbouw en architectuur.

Hij besloot zijn lezing met enkele stellingen:

  1. In een deel van Assen is het 19e eeuwse karakter nog goed herkenbaar gebleven.
  2. Het beschermd stadsgezicht is in het leven geroepen om het specifieke karakter van Assen in stand te houden. Is dit instrument nog wel up-to-date en effectief genoeg?
  3. Helaas zijn er in het gebied zaken misgegaan, b.v. het teloorgegane lanenkarakter van de singels en een aantal niet passende appartementencomplexen.
  4. In het winkelgebied, buiten het beschermde gebied, is er veel van het oorspronkelijke Asser karakter verloren gegaan en is er nog geen betekenisvol nieuw karakter voor in de plaats gekomen.
  5. Kansen op korte termijn liggen er bij herstel van het lanenkarakter van singels plus Collardslaan en bij een enthousiasmerend en actiever architectuurbeleid.
  6. Evenals de Vaart moet het Kanaal weer bevaarbaar worden en moet er voor Kanaal plus Havengebied spoedig een samenhangend ontwikkelingsplan worden opgesteld, waarbij de gemeente de regie in handen houdt.

Verslag discussie scholenarchitectuur 18 juni 2010 top
Tijdens een door de Cercle Meudon, het architectuurpodium Assen, georganiseerde discussie over scholenbouw gaf Hanneke van Brakel, Scholenbouwmeester Noord-Nederland, als eerste haar visie op het thema van de discussie: schoolarchitectuur in relatie tot inhoudelijk onderwijs en onderwijsvernieuwing.
Gebouwen ontstaan tegen de achtergrond van de tijd, waarbij onder meer sociale, demografische en onderwijsmethodieke aspecten een rol spelen maar ook kinderopvang en een visie op het binnenklimaat. Een schoolgebouw kan op die manier als een bevriezing van de tijd worden gezien.
Architectuurhistoricus Hans de Man ging met name in op dat binnenklimaat, vroeger hygiëne genoemd, waarmee onder meer verwarming, ventilatie en lichtinval werden bedoeld. Zeker in relatie tot verhoogde aandacht voor tbc-bestrijding rond 1950 kwam er grote aandacht voor licht en lucht. Er ontstonden openluchtscholen en paviljoenachtige buitenscholen. Na WOII kwamen er scholen zonder gangen met de lokaalingang direct naar open buitenterrein (ventilatie) en waarmee zonlicht van twee kanten in de lokalen viel. Pas in de jaren 70 verdwijnt deze aandacht voor hygiëne en wordt de ‘organisatie’ belangrijker, met als gevolg een slechter binnenklimaat. Bij nieuwbouw werd daarbij, uitgezonderd bij Montessorionderwijs e.d., overwegend vanuit de architect gedacht en niet vanuit het kind. Pas later kwamen er weer huiskamerachtige (basis) scholen. Met name de Groningse Scholenbouw (architect Wilhelm) probeerde met architectuur het toenmalige onderwijs te sturen. Verrassend in zijn lezing was dat het concept Brede School, wat nu als vernieuwend wordt gezien, al in de jaren 50 is ontstaan.
Adriaan Leerlooijer van het Gomarus College Assen stelde dat bij de recente nieuwbouw niet het ‘nieuwe leren’ als ijkpunt gold, maar nieuwe ‘inzichten’ in het leren. Zo is de school bijzonder transparant, zonder belemmeringen, zonder gangen en zijn er veel combinaties van functies mogelijk als lokaal tevens aula of keuken. Binnen de school zijn er vier domeinen ingericht, welzijn, science, talen en mens en maatschappij. Bijzonder tevreden was hij over de frisse, maar toch rustgevende kleurstelling in het gebouw. De open structuur vereiste wel aanpassing van het team aan de nieuwe situatie, waarbij er meer sprake is van echt teamwork.
De transparantie kwam ook in beeld bij Meindert Jan Oostland van AOC Terra in Meppel, waar vrijwel alles op gebied van de agrarische sector wordt gedoceerd. Bij de opdracht voor nieuwbouw was flexibiliteit een belangrijk punt, waarbij naast grote plekken ook kleine plekken konden worden gecreëerd. Een flexibiliteit die later in de discussie meer als mogelijkheden voor ‘diversiteit’ terug zou komen. Ook de veiligheid moest voldoende aandacht krijgen en die is door de transparante structuur van het gebouw naar volle tevredenheid gerealiseerd, alles en iedereen is zichtbaar en er vindt geen diefstal plaats. Er is een bijzonder hoog veiligheidsgevoel wat leidt tot goede onderlinge contacten.

In de paneldiscussie kwam een goede voorbereiding bij nieuwbouw eigenlijk centraal te staan: een gebouw zorgt dat je in een bepaalde stand komt te staan van waaruit je gaat handelen en heeft invloed op het gedrag dat vertoont gaat worden. Wat goed is voor de leerling leidt tot een bepaald gewenst eindgedrag. Dat is afhankelijk van de doelgroep en ligt anders bij vmbo dan bij vwo.
Bij nieuwbouw moet het in eerste instantie dus niet gaan over de architectuur, over geld of details maar is een onderliggende visie van cruciaal belang, gaat het in feite om een visionaire opdrachtgever die duidelijk voor ogen heeft hoe hij met kinderen (van zijn doelgroep) wil werken.
Met name bij grootschalige gebouwen, waarbinnen vaak meerdere opleidingsniveaus bestaan, is het belangrijk dat leerlingen eigen plekken kunnen vinden/creëren.
Linze van der Tuin, de directeur van het nieuwe PrO Assen merkte nog op dat het gevaarlijk kan zijn om klakkeloos een visionair te volgen en legde nogmaals de nadruk op het belang om uit te gaan van de leerlingen: praten met leerlingen en dat meewegen.
Hij noemde als voorbeeld dat leerlingen van PrO Assen, een school voor praktijkonderwijs, een puntdak op het nieuwe gebouw wilden hebben omdat anders bij het voetballen steeds de bal op het platte dak bleef liggen, geen aspect waar een architect in eerste instantie aan zou denken. Uiteraard was de ‘visie’ hiermee niet van tafel maar werd er een visie vanuit de leerling toegevoegd.
Algemeen werd geconcludeerd dat in de gesprekken tussen architect en opdrachtgever er niet over technische zaken en geld moet worden gesproken maar dat het belangrijkste aspect de visie van de school moet zijn, hoe wil je met leerlingen werken met welk eindgedrag als resultaat.
Een interessante discussie, met deelnemers Hanneke van Brakel, die tevens als gespreksleider optrad, Hans de Man (Architectuurhistoricus), Adriaan Leerlooijer (Gomarus Assen), Meindert Jan Oostland (AOC Terra), Frank Meijer (Klein Architecten), Berit Ann Roos (Onix Architecten) en Linze van der Tuin (PrO Assen).

Masterstudie FlorijnAs top
Eind 2009 heeft de gemeente Assen een tweetal visies gepresenteerd, die na inspraak, de toekomst van Assen kunnen gaan bepalen. In de structuurvisie Hoofdstad Assen is vastgelegd hoe Assen er in 2030 eruit kan zien. Daarin staat dat Assen groeit naar 80.000 inwoners. “Die groei vindt vooral plaats in de bestaande stad. Dat betekent nogal wat voor het verkeer, de bereikbaarheid, voor de relatie tussen stad en landschap, voor plekken om te wonen en te werken”.
De tweede visie, het ontwikkelingsprogramma FlorijnAs, vult een aantal van die thema's verder in. De FlorijnAs zegt allereerst wat over de bereikbaarheid van de stad en in die zin geeft ook meteen het voornamelijk infrastructurele karakter van bovenstaande visies weer. Het gaat om het ontwikkelen van concepten die Assen steeds steviger moeten positioneren als netwerkstad naast Groningen. “Met de FlorijnAs is een totale investering van 1,5 miljard euro gemoeid over een periode van 20 jaar. Een groot deel daarvan wordt opgebracht door investeringen van marktpartijen. Met het niet doorgaan van de Zuiderzeelijn krijgt Assen geld van het Rijk voor bereikbaarheid. Daarnaast dragen Provincie Drenthe en de regio bij. De totale investering bedraagt zo'n 233 miljoen. De gemeente investeert 13 miljoen in het programma”.
Kernonderwerpen in de Florijnas zijn onder meer:
1) De ontwikkeling van een noord-zuid boulevard, type kantoorallee voor autoverkeer, met
2) Een totaal nieuw centraal stationsgebied waarbij het bestaande hoofdstation plus de huidige kantoorgebouwen aan de overzijde ervan, zullen plaatsmaken voor een open plein met verdiept aangebrachte accomodaties.
3) Ten zuiden hiervan het geheel nieuw oprichten van een Trein/Transportstation TT-Assen bij Graswijk, inclusief de verdubbeling van de N33 en aansluiting op de A28, vooraleerst ten bate van evenementen op het leisure park annex motorcircuit, met groeimogelijkheden voor een Mediplaza en ‘kenniscampus’.
4) Ten noorden hiervan de ontwikkeling van het havenkwartier/industriegebied tot woonwerkwijk.
5) Het verbinden van deze wijk via het havenkanaaal (west) en Kanaal met de Blauwe As/Vaart (oost), hetgeen zou kunnen zorgen voor een toeristische doorvaarroute naar Groningen.

De onderwerpen 2, 3 en 5 zijn reeds opgenomen in de RSP-kostenraming. Deze financiële dekking met het zogenaamde Regiospecifiek Pakket is een rechtstreeks uitvloeisel van gewijzigd Rijksbeleid ten aanzien van snelle verbindingen als HSL- en Zuiderzeelijnvarianten. Dit beleid heeft als speerpunt: “ …de transitie naar een meer op kennis gerichte economie. Ontwikkeling van innovatie, kennis en ondernemerschap worden gestimuleerd. Voorgestaan wordt een duurzame ontwikkeling van de specifieke ruimtelijke en economische kwaliteiten van Noord-Nederland als regio met een hoge leefkwaliteit”.
Het RSP moet gezien worden als aanvullend op regulier beleid, maar lijkt nu tevens primair als aanjager te worden gebruikt voor grootschalige projecten die lokale omstandigheden verre te boven gaan. Het is daarom niet altijd duidelijk of bepaalde verwachtingen daadwerkelijk stoelen op diepgaande analyses van de regio in kwestie of eerder voortgedreven worden door beschikbare investeringsportefeuilles. Nut en noodzaak van een nieuw centraal station alsmede de invulling van de nabijgelegen noord-zuid verkeersas roepen twijfels op, in infrastructurele en esthetische zin, evenals de uitbreiding van Kanaal/Blauwe as twee. Wordt Assen als ‘suburbaan’ knooppunt op deze manier regiospecifiek versneld en duurzaam internationaal ontsloten? Tussentijdse deelplannen en detailstudies zullen, met het oog op de uitvoeringspraktijk van grote plannen, uitgebreid informatie moeten bieden voordat in naam onomkeerbare beslissingen genomen worden waarvoor geen alternatieven meer kunnen worden bedacht.
Ook dient vanuit een integrale stadsontwikkelingsvisie opnieuw de vraag gesteld te worden of er niet een bescheiden percentage van de regiospecifieke gelden (of daaruit voortvloeiende besparingen) besteedt zou moeten worden aan specifiek culturele in plaats van economische infrastructuur.

RSP: http://www.verkeerenwaterstaat.nl/Images/20082553%20bijlage_tcm195-215681.pdf
FlorijnAs: http://www.assen.nl/smartsite32932.htm

HSL top
Architecten willen bouwen, kunstenaars willen beelden maken. Hoe beter de economie draait, hoe meer afzet er is op de bouw- en kunstmarkt. Sinds de middeleeuwen en zeker sinds het radicale opkomen van de beursgenoteerde handelaar-koopman-burger in het Nederland van de 17e eeuw wordt welvaart direct gerelateerd aan groei op allerlei gebied. Groei wordt tevens wel als voorwaarde gezien voor vooruitgang in maatschappij en cultuur.

Hoe meer accent er werd gelegd op de noodzaak van economische groei, bijvoorbeeld in termen van werkgelegenheid en ten bate van de financiering van publieke taken als zorg, onderwijs en veiligheid, des te minder uitgesproken leek de kwaliteit van die welvaart ter discussie te staan. Welzijn werd een individuele zaak waar een persoon deels recht op had via een belastingconstructie en deels een luxegoed dat men kon aanschaffen.

Met enige welwillendheid kan gesteld worden dat een aantal architecten en kunstenaars heden ten dage zich heel specifiek is gaan concentreren op het aspect van sociale ervaringen en de sfeer van het welbevinden in relatie tot de opdracht, het kunstwerk, de in te richten omgeving. Formele omstandigheden en in te zetten technieken worden systematisch getoetst op consequenties voor de gebruiker en de gewenste kwaliteit van leven.

Dat kan op macroniveau leiden tot spanningen tussen voorstanders van economische ontwikkeling en technologische innovatie en de theoretici van gematigde groei, slow economics, ‘welzijnscultuurwerkers’. Nu blijkt dat de Hoge SnelheidsLijn vanuit Brussel wel naar Amsterdam rijdt, maar niet doorgaat richting Groningen, worden alternatieven overwogen om de reistijd tussen Randstad en Noord-Nederland te bekorten. Belangrijkste argument is opnieuw het traditionele verhaal van werkgelegenheid en de kans dat bevolking niet wegtrekt naar beter bereikbare industriële contreien.

Daar tegenin kan gebracht worden, dat het meeste verkeer zich nog steeds beweegt per auto. Dat het denken over de kwaliteit van leven meer in de discussie betrokken zou moeten worden als zijnde een asset en een mogelijke vestigingsfactor voor bepaalde (kennisintensieve) bedrijven. Dat de afstand tussen Randstad en Noorden naar verhouding klein is vergeleken met andere verstedelijkte gebieden in de wereld. Dat het Noorden zich uit zichzelf meer zou kunnen richten op Duitsland en Denemarken en dit niet overlaten aan de Rijksoverheid.


Architectuur: Cercle Meudon moet
top
Het eerste wat me te binnen schiet is: ‘hij lijkt op Humpfrey Bogart’.
De persoon in kwestie kijkt schuin schalks de camera in, de mond iets geopend, van de rechterhand leunen twee gestrekte vingers tegen het jukbeen onder zijn oog. Het pak is donker krijt, effen das en wat lijkt op een dubbele pochet, 1 wit en 1 gedecoreerde italiaanse zijde. Naast hem zit een blonde uitvoering van Bacall met strak achterover gekamd haar, uitnodigende glimlach voor iemand buiten beeld, mooie rij tandjes op c35 na, een donker ensemble met witte kralenketting die naar ik vermoed van ceramiek, ivoor of gekleurd glas is.
Het onderschrift bij de foto vermeldt ‘Theo en Nelly in Davos, 1931. Het stel is beter bekend als Theo van Doesburg en Nelly van Moorsel. De foto staat in het boek ‘Ontmoetingen in Meudon’ (Bussum 2004), waarin verslag wordt gedaan door 19 kunstenaars van hun verblijf in het Van Doesburghuis te Meudon-Val-Fleury.
Cercle Meudon, het Architectuurcentrum Meudon Kring te Assen, is geïnspireerd door Van Doesburg en zijn activiteiten op velerlei artistiek gebied, onder meer richting literatuur en architectuur. “Van Doesburgs actie was gericht op een dynamische rol voor de kunst in de maatschappij. (..) Hij zocht verbinding tussen alle mogelijke artistieke disciplines onderling én met sociale, filosofische en wetenschappelijke ontwikkelingen”. “Zijn stukken over het einde van de kunst en het opgaan van het ‘kunstige’ in het leven hebben hun actualiteit niet verloren”. De Stijl van Theo van Doesburg leek de Cercle een gedegen basis voor verder onderzoek naar de infrastructurele context waarin de hedendaagse beeldende kunst en architectuur een belangrijke rol kunnen spelen. De bedoeling van Theo en Nelly met hun huis te Meudon was immers ook een werkplek te creëren, een soort ‘Akademie voor Nieuwe Kunst’.
De ontmoetingen in Meudon zijn vooral gericht op ‘het loslaten van verplichtingen en van gevestigde kaders, op zoek naar het nieuwe’. Het thema van Het Culturele Hoofdstadjaar alhier is ook ‘Ontmoetingen’. Wie weet kan de Meudon Kring dit jaar een nieuw steentje bijdragen.
Onder de titel ‘Wat ging dat hard!’ beschrijft de beeldend kunstenaar Emo Verkerk in het kort zijn werkperiode aldaar (1985/1986): “In Meudon maakte ik onder meer het portret van Jan Thiel. Hij was het idool uit mijn jeugd. In 1968 won Paul Lodewijkx, op een door Jan gemaakte fiets, de 50 cc in de TT van Assen. Het portret is tegelijk schilderij en object, mijn projecties op Jan Thiel zijn zowel autobiografisch als conceptueel (..)”.


Architectuur: CC
top
Op zoek naar oude kranten vooronder het schilderen kom ik het bericht tegen dat eind juni dit jaar de 75e TT-races worden gehouden. Ter gelegenheid van dit jubileum is er een TT-logo ontwerpwedstrijd uitgeschreven, wat geleid heeft tot een eerste selectie van 20 ontwerpen. Het winnende logo zullen we straks overal tegenkomen (www.tt-assen.com).
Het TT-circuit is voor Assen van nauwelijks te overschatten belang. Er wordt ook alles aan gedaan om dit terrein en het TT-evenement zelf, het gehele jaar door met activiteiten aan te vullen en vol te plannen. Zo wordt het seizoen op maandag 28, 2e Paasdag, geopend met stuntrijders, freestylers, een deejay en ander spektakel. Het Circuit ligt aan de rand van de stad.
Waar het er in het centrum van deze provinciehoofdstad Assen soms erg gemoedelijk aan toegaat, zo snel, dynamisch en vooral opwindend is de sfeer die op het Circuit wordt nagestreefd. Lijkt het gemeentelijk beleidsprogramma Assen Koerst 2030 met haar architectuurtheorie van ‘De Asser School’ i.o. vooral te mikken op rust, groen en baksteen, de uitbaters van het TT-circuit zien zichzelf vooral als aanjagers van Belevenissen en Ervaringen.
Die indruk wordt althans gewekt in de nieuwe plannen voor het themapark TT-World dat in 2007 operationeel zou moeten zijn. De schets die ik hiervan zie (Gezinsblad 3 maart) ziet er behoorlijk futuristisch uit. Bovendien werd ik onlangs gebeld door een insider die bezig is met het onderdeel MotormeCCa dat mogelijk onder anderen een Hall of Fame, een motormuseum en expositieruimtes zal gaan bevatten.
Deelnemers aan onze architectuurkring Cercle Meudon zal het interesseren dat het MotormeCCa ontworpen is door Kas Oosterhuis, die het aanprijst als “ time-based architecture”, “een vier-dimensionaal gebouw” waarin “Tijd wordt mee-ontworpen bij de vormgeving van de ervaringsruimten”. Het gaat gezien de site www.oosterhuis.nl om een blob-achtige structuur met een inhoud van circa 2500 m2.
Alles draait in MotormeCCa om flow, beweging, virtualiteit, transformatie en “de versmelting van de mens en zijn snelheidsmachines”. Het biedt een prachtig experimenteel contrast met wat men doorgaans in Drenthe verwacht. Of het er ook daadwerkelijk van komt zal net als dat andere bouwproject, het nieuwe Gemeentelijke Theatercomplex, over 2 á 3 maanden duidelijk worden.


Architectuur: Gym
top
Cercle Meudon, het Architectuurcentrum te Assen, vraagt uw aandacht voor het volgende.
Jonkheer Willem Sandberg, voormalig directeur van het Stedelijk Museum te Amsterdam, studeerde begin 20e eeuw aan het Gymnasium te Assen, Nassaulaan nr. 5. Dit pand heeft de afgelopen decennia verschillende overheidsinstellingen gehuisvest, onder anderen het Ministerie van Justitie, en stond in de jaren 1995-1997 een paar jaar leeg voordat Staatsbosbeheer er introk. Nu vertrekt ook Staatsbosbeheer, evenals het Kadaster, uit Assen naar Groningen en staat Ons Gym te koop voor € 2.500.000. Het is ook te huur voor € 205.000 ex BTW per jaar.
Cercle Meudon roept al haar leden en sympathisanten op om een ‘Brief van Aanhang en Desabandonnement’ te schrijven aan de Gemeente Assen, t.a.v. College B&W en Gemeenteraad, waarin gepleit wordt voor gemeentelijke aankoop van dit Rijksmonument (1825), ten bate van een Hedendaags Museum voor Interculturele Kunstvormen en Architectuur.
Dit Museum zou volgens de Cercle onder supervisie moeten komen te staan van het Departement voor Filosofie en Kunst en is een welkome aanvulling op de werkplaatsen die door de Gemeente te zijnertijd in het Wapen van Drenthe gevestigd zullen kunnen worden.

Een voorbeeldbrief is te verkrijgen via info@defka.nl . Deze actie wordt mede ondersteund door het DeFKa Design Office en de Regionale Controledienst voor de Culturele Gezondheidszorg. De eerste brieven zullen hedenmiddag om 16.00 uur in het ICO aangeboden worden aan Mw. M.Greving, Projectleider Assen Culturele Hoofdstad van Drenthe 2005.


Architectuur: &media (1 april 2005)
top
Het is interessant om te vergelijken wat ‘de regionale media’ publiceren over nieuwbouwprojecten.
Vandaag bericht het Drenthe Journaal nog over het Cultureel Kwartier dat gelinkt wordt aan het plan “Blauwe As”. Dit is het verder opengooien van De Vaart ten bate van toeristische waterinfrastructuur en toekomstige (gefaseerde) buurtnieuwbouw. Weinig nieuws.
Wat zij niet meldt is het Nieuwbouwplan van de Gemeente Assen betreffende de Rolderstraat en Omgeving.
Dat doet wel De Krant van Assen, op haar voorpagina. De leeuwen van Chinees Restaurant De Maan op de hoek van Rolderstraat en Fabricius zijn voorbeeldig gefotografeerd als een plaatje dat op het punt staat te verdwijnen. Deze krant meldt dat projectontwikkelaar Bemog hier bij betrokken is.
Dat is opvallend want www.asserjournaal.nl meldde in haar bericht van een week eerder (op de 23e) niet de naam van de projectontwikkelaar, maar wist wel te vertellen dat half 2007 de eerste bouwsels zouden worden opgeleverd. Beide media citeren het bericht dat het College B&W Assen de Raad gevraagd heeft hiervoor een voorbereidingskrediet te verschaffen van 350.000 euro.
Voor de ontwikkeling van het Cultureel Kwartier (Assen-West) heeft B&W een miljoen euro nodig en is geen projectontwikkelaar bekend. Voor de ontwikkeling van Rolderstraat & Omgeving (Centrum-Noord) volstaat een krediet van 350.000 euro met medeweten van een bekende projecteur. Binnen een paar dagen moet de Gemeenteraad van Assen besluiten over in totaal een voorfinanciering van 1.350.000 euro ten bate van “voorbereiding” op bovengenoemde twee bouwprojecten die beide gepland staan om te worden uitgevoerd vanaf 2006.
Het is niet alleen leuk om te zien wat de media wel of niet hierover publiceren, het is ook leuk om te bedenken wat zij zouden kunnen onderzoeken én publiceren. Bijvoorbeeld dat er eigenlijk sprake is van drie aanstaande bouwputten in het centrum van Assen, te weten de genoemde twee projecten Cultureel Kwartier en Rolderstraat met daarnaast het reeds deels vernieuwde, Mercuriusplein met het onvoltooide Triade-complex.
Ik zei drie, maar na een nachtje slapen kom ik op mogelijk zeven (7). Want naast deze drie zijn er vergevorderde plannen voor 4) Nieuwuitbouw WilhelminaZiekenhuis 5) Nieuwbouw Noordlus TT-terrein 6) Nieuwbouwwijk Het Palet 7) Hotelwijk De Smelt. In dit rijtje is niet opgenomen de exploitatie van het nieuwe industrieterrein Het Messchenveld, omdat dat waarschijnlijk een wat langere termijn betreft.
Werk genoeg om onze Architectuurkring Cercle Meudon voorlopig aan het denken te zetten. In dit verband mag dan ook de tip van Bart Nooteboom, hoogleraar innovatiebeleid aan de Universiteit van Tilburg, niet ontbreken. Bart vindt dat “de overheid zou kunnen helpen bestaande patstellingen in de bouw te doorbreken, door opdrachten te gunnen aan bedrijven die vernieuwing op het spoor zetten”. Bart bedoelt met dit soort (sociale) vernieuwing een vorm van integrale afstemming van het bouwproces waardoor de faalkosten, “zo’n 25 procent van de verkoopprijs”, teruggedrongen kunnen worden. (nrc, 31.3)
Nog even terug voor de quote die door asserjournaal.nl en De Krant van Assen bij Wethouder Theo Verdegem in de mond gelegd wordt. De Krant doet dit met aanhalingstekens. Theo van Interactieve Zaken beargumenteert de Nieuwbouw in De Rolderstraat die bedoeld is tegen de verloedering en ten bate van opwaardering als volgt: “De markt lost dit vanzelf op. De bouw van ’t Forum zorgde er ook voor dat de Oudestraat destijds aantrekkelijker werd. De huurprijzen gingen een paar keer over de kop. De Rolderstraat wordt aantrekkelijker voor een ander segment in de detailhandel”.
Het is een argument met een hoog (politiek-) filosofisch gehalte. Maar steekhoudend. Want: a) de natuur treedt altijd zelfcorrigerend op, herstelt zich vanzelf, altijd op zoek naar harmonie. b) voorbeeldfunctie; ook de Kop van de Zeedijk in Amsterdam is door nieuwbouw geheel opgeschoond.
Er zullen echter ongetwijfeld mensen, burgers, kiezers, zijn met andere geluiden. Immers, je kunt dingen wel (laten) verplaatsen, effectmeting !, maar waar blijft die handel, waar moet dat heen?


Verslag 19 mei 2005 top
Eerste officieel informele dispuut gisteravond van de Cercle Meudon in Assen. Concreet discussiepunt dit keer bijvoorbeeld was de relatie Assen-Groningen als Stedelijk Netwerk binnen een Regiovisie, respectievelijk de Nota Ruimte van de Rijksoverheid. Welke gevolgen heeft dat op cultureel gebied. Welke scenario’s zijn denkbaar.
Om een indruk te geven van de argumentatie die over tafel ging hierbij een aantal wrijfpunten. Zoals: in hoeverre sluit het architectonische discours aan bij dat wat onder veel mensen leeft als het gaat om hun directe omgeving? Voor wie bouwt de architect, ligt het accent bij de gebruiker of bij het ontwerp. Wat is ‘de menselijke maat’, zijn daar wetmatigheden in te vinden en moet je daar dan rekening mee houden? Zou het kunnen zijn dat ‘men’ bestaat uit een bevolking met verschillende snelheden, met verschillende woonwensen. Welke verhouding is ideaal in de relatie ‘herhalingsarchitectuur’ en ‘contrapunt’. Welke vrijheid heeft de architect en de kunstenaar ten opzichte van politiek-bestuurlijke beslissingen. Moet je Assen beschouwen als een jonge stad die zich blijft ontwikkelen of als retro-enclave ten opzichte van Groningenstad. Is de sturende dominantie van economische motieven ( ten nadele van culturele, ecologische, esthetische) in de uitbreiding van steden echt onvermijdelijk?
Er vond zoals dat heet een levendige woordenwisseling plaats inclusief het uitbundig refereren aan praktijkgevallen wat betreft stedelijke bebouwing, uitstraling en ambities. Twee conclusies noem ik omdat ik ze toevallig onthouden heb. Sprekers waren het er over eens dat de vrijheid van architecten en kunstenaars steeds marginaler wordt en vroegen zich af op welke manier onder standaardisering uit te komen. Een andere conclusie was meer het constateren van een feit, namelijk dat Assen voor het grootste deel van de woning-nieuwbouw in de binnenstad de standaardformule hanteert van hoogte 16 meter, vier bouwlagen, rooilijn aan de straat. Twee van dergelijke nieuwbouw-projecten kwamen deze week in het nieuws, Groningerstraat en Verdistraat en zijn opgenomen in onze ‘Nieuwbouwputroute 2005’.
Een vervolgontmoeting is in de maak. Dat kan zijn in de vorm van een inleiding plus gesprek of anderszins. Belangstellenden kunnen zich bij DeFKa aanmelden. DeFKa organiseert van 3 juni tot 3 juli een tentoonstelling onder de titel Noordstad en houdt op 9 juni een debat in De Kolk met het thema ‘Regiovisie en Stedelijk Netwerk’.